Artikelindex

Uit een special van 'MOTOR' uit 1996

75 JAAR MOTO GUZZI

De zinsnede 'Als het niet bijzonder is, is het geen Guzzi' geeft fijntjes aan waar het al driekwart eeuw bij de fabriek uit Mandello del Lario om draait. Niks geen uitgekauwde concepten of het slaafs volgen van platgetreden paden. Oorspronkelijkheid en technisch vernuft staan voorop. En dat al precies 75 jaar.

Voorbeelden van die originaliteit en vindingrijkheid liggen voor het oprapen. Wat te denken van de opmerkelijke driecilinder, de onverwoestbare horizontale eencilinders en uiteraard de robuuste 120 graden V-twins? Of spectaculaire vondsten als het revolutionaire tralie-frame, de scharnierende veersystemen en de semi-automatische overbrenging? Maar laten we ook uit een lange reeks van primeurs twee opzienbarende hoogstandjes alsjeblieft niet vergeten. Als eerste onderkent Moto Guzzi het belang van de aërodynamica en bouwt zij op het fabriekscomplex haar eigen windtunnel. Eveneens als eerste presenteert Guzzi een voor onmogelijk gehouden concept. Een achtcilinder op twee wielen, de verbazingwekkende V8 racer!

Het begin van de onderneming ligt in 1921, maar al tijdens de Eerste Wereldoorlog smeedt de jonge Carlo Guzzi het plan om na het optrekken van de kruitdampen daadwerkelijk motoren te gaan bouwen. Guzzi is dan als technisch specialist ingelijfd door de Italiaanse luchtmacht. Z'n opmerkelijke ideeën vinden een enthousiast gehoor bij twee collega's, de piloten Giorgio Parodi en Giovanni Ravelli. Beiden zijn net zo gefascineerd door motoren en snelheid als de vindingrijke Carlo. Al voor de oorlog heeft deze z'n visie op een ideale motorfiets in een papieren ontwerp omgezet. Guzzi heeft een 500 cc op het oog. Een eenpitter met liggende cilinder om voldoende koeling te waarborgen. De krachtbron moet, revolutionair in die tijd, een korte slag hebben. De daarmee samenhangende grotere boring staat dan forsere kleppen toe. Volgens Carlo Guzzi een ideaal concept dat een flexibel blok met een gemakkelijke 'ademhaling' garandeert.

De plannen blijven gelukkig niet in goede bedoelingen steken en al direct na het roken van de Europese vredespijp start de verwezenlijking van Guzzi's ideaal. Helaas maakt Giovanni Ravelli deze jongensdroom niet mee. Hij komt net na de wapenstilstand om bij een tragisch vliegongeluk. Staat in 1920 het {prototype van de eerste Guzzi} al op de bandjes, het geld voor een serieproductie is vervolgens een opduikend probleem. De vader van Giorgio Parodi, een rijke reder, komt te hulp. Hij steekt de benodigde 2000 lires (!) in het project.

Moto Guzzi ziet dan echt het levenslicht. De rollen van beide firmanten zijn dadelijk verdeeld. Parodi treedt op als financieel en organisatorisch brein en Cario Guzzi kan zijn talenten aanwenden voor het ontwerpen, construeren en perfectioneren van de motorfietsen.